Downhill rennen

Jezelf trainen in downhill rennen is vergelijkbaar met “leren dansen”. Als je er mee begint lijkt het er op alsof je als een scholier je eerste danslessen neemt. Hopen dat je er niet te gek uitziet met die nieuwe bewegingen. Maar na een tijdje beweeg je je soepeltjes en ga je er van genieten.

Net als dansen moet je jezelf overgeven aan het moment, ontspannen en toch concentreren. Downhills zijn op zich niet zo moeilijk maar vragen wel om oefening. Er zijn een drietal regels waar je op moet letten.

Beelden van de Start-to-Trail trainingen.
Beelden van downhill trainingen
  1. Korte passen

Net als voor uphill geldt ook voor downhill dat je je pas moet verkorten. Lopers zijn vaak geneigd om onder gebruikmaking van de zwaartekracht, de pas juist te verlengen, en stampend met zware voetlandingen over het parcours te gaan. Dat is niet de juiste benadering.

In de eerste plaats is dit niet goed omdat je bij een langere pas minder mogelijkheden hebt om je te corrigeren. Oneffenheden als kuilen en boomwortels leveren gevaar op. In feite is elke pas die je (te ver) voor je lichaam plaatst een potentieel gevaar. Je lichaamsgewicht komt bij die landing namelijk extra hard op je landingsvoet. Als je op die manier op een oneffenheid stapt, kan dat onmiddellijk een val of zelfs een blessure opleveren. Daar zitten we niet op te wachten. Korte passen daarentegen zorgen voor minder impact bij de landing en geeft je de mogelijkheid sneller te corrigeren of een “zij-stap” te maken om obstakels te ontwijken. En dat doe je in feite voortdurend bij downhill rennen: steeds corrigeren. Dat betekent ook dat je geconcentreerd moet blijven. Let op en houd controle!

In de tweede plaats krijgen je spieren bij downhill rennen flinke (excentrische) krachten te verduren die tot problemen kunnen leiden. Hoe groter je pas, hoe groter de krachten. Stel je maar eens voor: Als je land, gaat je knie buigen en de spieren daar omheen en je bovenbeen moeten dit opvangen. Dat vergt nogal wat. Bij kortere passen is dit natuurlijk ook het geval maar wel in mindere mate. Er komt minder kracht op die spieren dan bij een langere pas. Een spierverrekking of zelfs –scheuring kan zo maar gebeuren. Hopelijk loop je geen blessure op, maar het verschil ga je de volgende ochtend wanneer je opstaat ook wel merken.

  1. Lichaamshouding

Je voetlanding moet onder je zwaartepunt zijn! Dus je zet je voet niet voor je lichaam of erachter. Recht onder je lichaam. Vooroverhangen doe je alleen als je extra grip op de ondergrond wilt hebben, bijvoorbeeld bij een gladde bodem. We hebben dan vaak de neiging om juist achterover te gaan hangen, maar dan glij je veel makkelijker onderuit. Wanneer je voorover hangt loop je wel de kans dat je snelheid gaat toenemen en dat wil je natuurlijk goed reguleren. Je moet immers controle houden. Dit alles heeft ook te maken met de snelheid die je hebt.

Probeer je schouders, heupen en je voeten/enkels daarom in een rechte lijn te houden: rechtop dus. Wanneer je te snel gaat, zak je naar beneden in een soort zithouding dus, laag bij de grond. En bij te hoge snelheid maak je uiteraard ook gebruik van het terrein om af te remmen. Je gaat a.h.w. slalommen tegen de heuvel op en je remt vanzelf af. Blijf de korte, snelle beweging vanuit je knieën maken. Je tilt je voet vanuit je knie op en niet afzetten van achter je lichaaam.

  1. Ontspan en laat het lekker gaan

Voor veel trailrunners geldt dat downhill rennen het juist zo aantrekkelijk maakt. Maar er zijn er ook die er een hekel aan hebben. Vaak heeft dat toch met angst te maken. Begrijpelijk maar onnodig. De eerste groep springt als een ballerina over rotsen en boomstronken, gebruikt de armen goed voor het evenwicht en vindt een misstap niet zo erg, omdat ze dat onmiddellijk corrigeren met een nieuwe pas.

De tweede groep ziet elke steen en stronk als een obstakel waar moeizaam omheen gelaveerd moet worden. Dat kost veel aandacht maar ook kracht en snelheid.

Wanneer je je ontspant en je laat je lekker gaan, ga je sneller naar beneden omdat je niet onnodig hoeft af te remmen en controle houdt. Je kunt de zwaartekracht zijn werk laten doen. Voorwaarde is wel dat je overzicht en controle houdt. Jij bent de baas en stuurt, en niet je omgeving. Dit is te leren door te oefenen, zoals alles in het leven.

Denk niet vooraf dat je een slechte downhiller bent, je gaat rustig beginnen en denkt om de techniek. Mettertijd gaat het makkelijker en kun je ook van steile hellingen GENIETEN. En daar gaat het met trailrunning tenslotte om!

© Jenafit/Albert van Loon 18-12-17